Duane syndroom

Wat is het?

Het Duane syndroom is een oogbewegingsstoornis die vanaf de geboorte aanwezig is.
Het Duane syndroom wordt ook wel het retractiesyndroom genoemd. Retractie is een ander woord voor terugtrekken. Een opvallend kenmerk van het Duane syndroom is namelijk dat het oog dat beperkt is in een bepaalde beweging, iets wordt teruggetrokken in de oogkas op die momenten waarop de beweging die niet mogelijk is, eigenlijk gemaakt zou moeten worden.

Oorzaken

De meest waarschijnlijke oorzaak is een aangeboren abnormale aansturing van één of meerdere oogspieren. Het Duane syndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Meestal is één oog aangedaan (vaker het linkeroog dan het rechteroog) maar het kan ook aan beide ogen voorkomen. De meeste mensen hebben geen of weinig last van het Duane syndroom.

Symptomen

De verschijnselen van het Duane syndroom zijn:

  • Verminderde beweeglijkheid van één of beide ogen, meestal in horizontale richting, maar soms verticaal
  • Afwijking van de oogstand, vaak alleen bij het kijken naar een bepaalde richting
  • Afwijkende hoofdstand (torticollis). Als reactie op de afwijkende oogstand kan, vaak ongemerkt, het hoofd scheef gehouden worden. Het hoofd wordt zo gedraaid dat de ogen weer kunnen samenwerken.
  • Lui oog (amblyopie). Een lui oog kan alleen op jonge leeftijd ontstaan, én alleen op jonge leeftijd behandeld worden.
  • Er kan een ooglidspleetvernauwing of ooglidspleetverwijding zijn bij het opzij kijken.

Mogelijke behandelingen

Het Duane syndroom is blijvend. De afwijking wordt meestal niet beter of slechter.
Voor het Duane syndroom zelf bestaat geen behandeling: het is niet mogelijk om de aansturing van de spieren te veranderen. Als er een cosmetisch storende oogstand bij rechtuit kijken aanwezig is, of een te storende torticollis (met bijvoorbeeld nekklachten als gevolg), kan een oogspieroperatie overwogen worden.

Door het verplaatsen van één of meerdere oogspieren wordt de beweeglijkheid van de ogen iets veranderd. Daardoor kan de oogstand verbeteren en hoeft het hoofd minder gedraaid te worden. Na de operatie zal het oog meestal nog steeds niet optimaal kunnen bewegen. Als er een afwijkende oogstand is, is er een grote kans op een lui oog. Het luie oog wordt dan extra gestimuleerd om te gaan werken door het goede oog met een pleister af te plakken. Meer informatie hierover leest u in de folder ‘Lui oog’.

Welke resultaten kunt u verwachten van de behandeling?

Als er bij recht vooruit kijken een cosmetisch storende oogstand aanwezig is, dan kan dit wel door middel van een oogspiercorrectie rechtgezet worden. Het oog zal hierdoor niet beter gaan bewegen dan voor de operatie.

Mogelijke complicaties

Complicaties die het zicht bedreigen, zijn bij oogspiercorrecties welbekend. Ze komen echter bijna nooit voor omdat de operatie alleen aan de buitenkant van de oogbol plaatsvindt. Er kunnen zich wel complicaties voordoen die minder ernstig zijn: allergische reacties op de gebruikte hechtmaterialen, hoornvliesproblemen en lichte infecties. Deze zijn vervelend, maar met oogdruppels goed te behandelen.
Over- en ondercorrecties kunnen voorkomen en geven soms klachten van dubbelzien. Meestal verdwijnt dit spontaan.

Instructies voor thuis voorafgaand aan de behandeling

Bij oogspieroperatie
Nadat de opererende oogarts akkoord is gegaan met een scheelzienoperatie, zal de orthoptist met u een datum afspreken voor de ingreep. Hij/zij zal ook de gang van zaken verder met u doornemen. Voor patiënten die tevens onder behandeling zijn bij een andere specialist, moet toestemming voor narcose aan de betreffende specialist gevraagd worden. Voor de operatie gaat de patiënt naar het pre-operatieve spreekuur van de anesthesist.
U krijgt een recept voor ontstekingsremmende oogdruppels mee, die u na de operatie moet gebruiken, en er wordt een afspraak gemaakt voor de nacontrole bij de orthoptist en oogarts (ongeveer tien dagen na de operatie).

Instructies voor begeleiding, opvang en vervoer

Als u een oogspieroperatie heeft ondergaan mag u na de behandeling geen autorijden en is het noodzakelijk om begeleiding mee te nemen voor vervoer.

Instructies voor thuis na de behandeling

Bij oogspieroperatie
De oogarts doet direct na de operatie wat zalf in het geopereerde oog om een ontsteking te voorkomen. Er wordt geen verband op het geopereerde oog gedaan. Voor de patiënt is het soms wat eng om de ogen open te doen. De ogen kunnen rood en/of gezwollen zijn. De zwelling is na enkele dagen weg en de roodheid verdwijnt na enkele weken. Eén of meerdere oogspieren zijn tijdens de operatie los geweest en daarna weer aan de oogbol gehecht. De patiënt kan enigszins last hebben van de hechtingen; ze kunnen wat prikken. De hechtingen lossen vanzelf op en hoeven er dus niet uitgehaald te worden. De patiënt heeft over het algemeen weinig pijn aan de ogen. Zo nodig kunt u paracetamol gebruiken om de pijn te onderdrukken. Patiënten voelen zich meestal niet erg ziek van de narcose.
Zwemmen wordt afgeraden, douchen mag wel, waarbij moet worden voorkomen dat er water en zeep in de ogen loopt. Verder moet worden opgepast met zand en stof.

Niet alle informatie in deze folder is noodzakelijk op u van toepassing. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan aan uw oogarts, optometrist of orthoptist.

 


Het Oogcentrum Noordholland vertelt u graag meer

Heeft u meer vragen naar aanleiding van deze informatie belt u ons dan gerust. De medewerkers van het Oogcentrum Noordholland staan voor u klaar en geven u deskundig antwoord op al uw vragen.

Oogcentrum Noordholland
W.M. Dudokweg 55
1703 DC Heerhugowaard

Telefoonnummer: 088-9191800
E-mail adres: info@oogcentrumnoordholland.nl

Openingstijden:
ma-vr 8.00-17.30 uur

Voor spoed zijn wij 24 uur bereikbaar 088-9191800